Axioma's van menselijke communicatie

Axioma's van menselijke communicatie
Een centraal principe van de moderne communicatietheorie stelt dat menselijke communicatie meer omvat dan alleen de woorden en zinnen waarmee je jezelf uitdrukt. Alles van je lichaamstaal tot de relatie tussen jou en je publiek bepaalt de manier van communiceren. In de jaren zestig stelde de filosoof en communicatietheoreticus Paul Watzlawick vast wat hij vijf axioma's van menselijke communicatie noemde die dienen als een raamwerk voor het bestuderen van menselijke interactie.

Een centraal principe van de moderne communicatietheorie stelt dat menselijke communicatie meer omvat dan alleen de woorden en zinnen waarmee je jezelf uitdrukt. Alles van je lichaamstaal tot de relatie tussen jou en je publiek bepaalt de manier van communiceren. In de jaren zestig stelde de filosoof en communicatietheoreticus Paul Watzlawick vast wat hij vijf axioma's van menselijke communicatie noemde die dienen als een raamwerk voor het bestuderen van menselijke interactie.

Video van de dag

Oorsprong

Watzlawicks axioma's van menselijke communicatie waren opgenomen in het boek 'Pragmatics of Human Communication: A Study of Interactional Patterns, Pathologies and Paradoxes' uit 1967. Dit baanbrekende werk in communicatietheorie werd mede-geschreven met Janet Beavin-Bavelas en Don Jackson, twee collega's van Watzlawick bij het Mental Research Institute in Palo Alto, Californië.

Geen keuze

Het eerste en meest bekende axioma van menselijke communicatie is "men kan niet niet communiceren". Wat dit dubbele negatieve betekent, is dat je geen keus hebt of je wel of niet communiceert. Alles wat je zegt of doet, geeft een soort boodschap weer. Zelfs als je niets doet, stuurt dat een eigen boodschap.

Context en interpunctie

Watzlawick zei dat woorden die in communicatie worden gebruikt, hun betekenis putten uit de context van de relatie tussen spreker en luisteraar. Als je iemand een "verliezer" noemt, betekent het woord één ding als de persoon een goede vriend is, maar een heel ander ding kan betekenen als het een nonchalante kennis is. Dit vertegenwoordigt het tweede axioma: de context definieert de inhoud.
Wanterfall. com stelt dat Watzlawick betoogde dat communicatie ook wordt gedefinieerd door 'interpunctie', of de manier waarop mensen individuele gebeurtenissen in de stroom van communicatie associëren. Stel je voor dat je een biefstuk grilt en dat je vriend je onderbreekt om te suggereren dat je de vlam inschakelt. Je reageert boos. Afhankelijk van hoe jij, je vriend of een waarnemer de interactie "accentueert", kun je gezien worden als boos op de onderbreking zelf of boos op de suggestie dat je niet weet wat je doet. Het derde axioma van Watzlawick houdt in dat de aard van de communicatierelatie afhangt van hoe de deelnemers het accent leggen.

Digitaal versus analoog

Communicatie bestaat uit twee delen, die Watzlawick "digitaal" en "analoog" noemt. Digitale elementen zijn dingen met concrete, redelijk algemeen begrepen betekenissen, zoals woorden of bepaalde gebaren met letterlijke vertalingen. Iemand vertellen bijvoorbeeld 'zit in die stoel' zou een digitale boodschap zijn, zoals zou zeggen: 'Hij is tekort'. Analoge elementen zijn echter slechts representatief of referentieel en ze zijn vaak non-verbaal.Een stoel aanduiden als een richtsnoer voor iemand om te gaan zitten is analoog, net als het gebruik van een handgebaar of gelaatsuitdrukking om aan te geven dat iemand kort is. Het vierde axioma van Watzlawick stelt dat alle berichten zijn opgebouwd uit zowel digitale als analoge elementen.

Symmetrisch versus complementair

Het laatste axioma stelt dat elke communicatietransactie "symmetrisch" of "complementair" is, afhankelijk van de machtsbalans tussen de partijen. In een symmetrische relatie behandelen de mensen elkaar als gelijken. In een complementaire relatie zijn ze ongelijk. Ze kunnen ouder en kind zijn, baas en werknemer, senior en eerstejaars of zelfs gewoon een agressief persoon en een timide persoon. Deze relaties bepalen de koers van de communicatie.

Application

Dr. T. Dean Thomlison schrijft in "Relationalizing Public Relations" dat Watzlawick deze axioma's heeft ontwikkeld door persoonlijke communicatie te observeren. De toepassing van de axioma's gaat echter verder dan direct interpersoonlijk contact. Neem een ​​tv-nieuwslezer die spreekt tegen zijn publiek. Hij heeft niet de mogelijkheid om niet te communiceren; hoe zijn rapport wordt ontvangen, hangt af van de perceptie van het publiek over hun relatie tot zijn boodschap en hoe ze zijn boodschappen accentueren. De communicatie van de nieuwslezer heeft zowel verbale als non-verbale signalen en de communicatie is zeker niet symmetrisch - het publiek kan niet met hem praten.